Vragen? Bel: 0183 - 682829

Welke zorgaanbieders vallen onder de Wkkgz?

Sinds 1 januari 2017 moeten zorgaanbieders voldoen aan de Wet kwaliteit, klachten en geschillen in de zorg (Wkkgz). Deze wet gaat onder meer over de afhandeling van klachten en vervangt de ‘oude’ Kwaliteitswet Zorginstellingen en de ‘oude’ Wet Klachtrecht Cliënten Zorgsector. Maar welke zorgaanbieders vallen nu eigenlijk onder de Wkkgz? Wat is, met andere woorden, de reikwijdte van de wet?

Zorg die wél onder de Wkkgz valt

In de Wkkgz staat dat de zorg die wordt omschreven in de Wet Langdurige Zorg en in de Zorgverzekeringswet, onder de reikwijdte van die wet valt. Daarnaast moeten ook zorgaanbieders met ‘andere zorg’ zich houden aan de minimale eisen van de Wkkgz.  Met andere zorg wordt met name gedoeld op alternatieve zorg en plastische chirurgie. Deze zorg betalen de meeste mensen zelf omdat die niet vergoed wordt door Zorgverzekeringswet.

Een belangrijke verandering ten opzichte van de beide oude wetten is dat nu ook de solistisch werkende zorgverleners onder de wet vallen en zich dus aan de bepalingen daarin moeten houden. Ook aanbieders van PGB-zorg vanuit de Zvw of Wlz zijn zorgaanbieders die vallen onder de Wkkgz.

Zorg die níet onder de Wkkgz valt

Er is echter ook een belangrijke categorie zorgaanbieders die niet valt onder de Wkkgz, namelijk die groep die zaken doet met de gemeente. Dat zijn de aanbieders van zorg op grond van de WMO en de Jeugdwet.

In de Jeugdwet is daarom nog de ‘oude’ klachtenregeling van de WKCZ opgenomen. Dit betekent dat voor deze cliëntgroep nog een klachtencommissie toegankelijk moet zijn voor het indienen van klachten. Er is wel aangekondigd op termijn de Jeugdwet ook onder de Wkkgz te laten vallen maar vooralsnog is dit niet het geval.

Van de WMO is nadrukkelijk gezegd dat de bevoegdheid voor het aangeven van bepalingen bij de gemeentelijke wetgever belegd is, de gemeenteraad dus. In de WMO-verordening benoemt de gemeenteraad hoe de zorgaanbieder het klachtrecht moet vormgeven. In de praktijk volgen de meeste gemeenten de modelverordening van de VNG. Hierin staat dat aanbieders zelf een regeling vast moeten stellen voor de afhandeling van klachten van cliënten. Aanbieders van zorg op grond van de WMO hebben dus veel vrijheid bij het vormgeven van hun klachtbehandeling.

Tenslotte blijft de klachtenregeling van de BOPZ van kracht. Voor klachten op grond van artikel 41 van de Wet BOPZ moet een klachtencommissie beschikbaar zijn. Onder de BOPZ valt zorg die verleend wordt rondom gedwongen opnames.

Wat als het zorgaanbod onder verschillende wetten valt?

Voor zorgaanbieders met een zorgaanbod dat onder verschillende wetten valt, kan het een puzzel zijn een samenhangende regeling voor de behandeling van klachten neer te zetten. Zorgaanbieders die een combinatie bieden van Zvw en WMO-zorg kunnen ervoor kiezen om voor al hun cliënten dezelfde klachtenregeling van toepassing te laten zijn. Het gaat dan om een klachtenregeling die voldoet aan de bepalingen van de Wkkgz waarin klachten worden afgehandeld middels bemiddeling door een klachtenfunctionaris. De WMO laat aanbieders immers vrij welke regeling gekozen wordt.

Op het moment dat ook jeugdzorg of BOPZ zorg geboden wordt zal er ook een klachtencommissie beschikbaar moeten zijn. Overigens kan ook voor cliënten vanuit de Jeugdwet de klachtenfunctionaris worden ingezet om te proberen de klacht middels bemiddeling af te handelen. Toegang tot een klachtencommissie mag echter niet ontzegd worden.

Training ‘Klachtenfunctionaris in de zorg’

Werkt u als klachtenfunctionaris bij een zorginstelling en wilt u verder professionaliseren? Volg de training ‘Klachtenfunctionaris in de Zorg’.

Meer informatie

Sonja de Moor

adviseur klachtenmanagement en mediator
Sluit Menu